2020 Het jaar van de waarheid over armoede

Philip Lindeman

2008-2020: 380.000 MENSEN MINDER IN ARMOEDE OF SOCIALE UITSLUITING

De schandvlek op de welvaartsstaat

De Belgische armoedecijfers klimmen in plaats van te dalen. Het is een kwestie van te weinig centen, te veel regeltjes en te grote regionale verschillen.Drie manieren om de armoede klein te krijgen Lees verder onderaan

2020 werd in het verleden vaak naar voren geschoven

als het magische jaar om ambitieuze doelstellingen

te bereiken. Tijd om de balans op te maken.

JAN-FREDERIK ABBELOOS

BRUSSELDe Europese 2020-doelstellingen waren duidelijk in 2008: België engageerde zich ertoe om ten minste 380.000 van de geschatte 2,19 miljoen mensen uit de armoede of sociale uitsluiting te halen. Helaas, in 2018 stond de teller op 2,24 miljoen mensen.

In plaats van minder zijn er meer mensen die kampen met armoede en sociale uitsluiting. Hun aandeel in de samenleving is weliswaar kleiner geworden (van 20,8 procent in 2008 naar 19,8 procent in 2018) maar de bevolking is natuurlijk gegroeid. En dus missen we onze doelstelling. Voorlopig toch. De cijfers voor 2019 en 2020 zijn nog niet bekend.

De vraag is hoeveel beter die zullen zijn. Het is interessant om dieper in de cijfers te duiken (zie grafieken). Wat sociale uitsluiting betreft, gaat het de goede kant op. Het aantal gezinnen waar amper gewerkt wordt, daalt. En ook de ernstige materiële deprivatie blijft onder controle. Maar het ­armoederisico – het derde cruciale cijfer – gaat de foute richting uit: van 14,7 procent in 2008 naar 16,4 procent in 2018.

Meer jobs,meer armoede‘Een snelle kentering is haast onmogelijk tenzij je er drastisch op inzet’IVE MARX Universiteit Antwerpen

Met name de stijging onder de regering-Michel valt op. Die zette zwaar in op jobcreatie als voornaamste armoedemaatregel. De jobs kwamen er, maar de armoede groeide. ‘De “jobs, jobs, jobs”-strategie om armoede te doen verminderen heeft gefaald’, zegt Michel Debruyne, coördinator van Decenniumdoelen(DS 13 november). Het stijgende armoederisico bij werklozen, huurders en een­oudergezinnen toont voor de organisatie aan dat de verschillende regeringen onvoldoende bijkomende maatregelen hebben genomen om de stijgende levensduurte op te vangen.

Zo blijkt dat de sociale bescherming in België tussen 2014 en 2018 een pak minder efficiënt is geworden om de armoede terug te dringen. ‘De sociale zekerheid bestaat 75 jaar, maar een echt feest is het niet,’ zegt armoedespecialist Ive Marx. Het aantal Belgen met een leefloon is in die periode zelfs met de helft gestegen: van 102.500 begin 2014 tot bijna 150.000 vandaag. Eenzelfde stijgende trend is er bij de voedselbanken, die in 2018 bijna 160.000 Belgen hielpen.

Regionale verschillen

Het zou in deze discussie verkeerd zijn om alleen op het federale niveau te focussen. Achter het Belgische niveau schuilen drie heel verschillende realiteiten. Vlaanderen heeft een van de laagste armoedeniveaus van Europa, Wallonië en zeker Brussel een van de hoogste. Wat meer is: terwijl de armoedecijfers in Vlaanderen stabiel blijven, zijn ze in de andere gewesten de voorbije jaren gestegen. Als het tij daar niet gekeerd raakt, kunnen de Belgische cijfers niet verbeteren. Tegelijk was het overleg tussen de verschillende niveaus om tot een gecoördineerde aanpak te komen, de voorbije jaren haast onbestaande.

Ook Vlaanderen mag niet op de lauweren rusten. Zo noteert Kind en Gezin de voorbije jaren een stijgende kansarmoede bij kleine kinderen. Het kan de voorbode zijn van slechtere Vlaamse armoedecijfers. Volgens Decennium­doelen gaat slechts 6 procent van de 3,6 miljard van de hervormde kinderbijslag naar sociale toelagen. ‘Dat is veel te weinig om een groot effect te hebben.’

Het Britse voorbeeld

Valt de armoede in een rijk land als België snel uit te roeien? Er zijn een aantal evergreens, zoals het optrekken van de uitkeringen en het al cynischer klinkende herdefiniëren van armoede (zie inzet). Maar Marx tempert de verwachtingen. ‘Een snelle kentering is haast onmogelijk tenzij je er drastisch op inzet.’ Hij verwijst naar de Britse regeringen onder Tony Blair en Gordon Brown. Die hebben het aantal kinderen in armoede bijna kunnen halveren tussen 1997 en 2010 met miljarden aan bijkomende sociale uitgaven en belastingkredieten.

‘Dat was een indrukwekkende herverdeling, maar men kwam er van lagere niveaus. Die budgettaire ruimte is er in België nu niet.’ Gerichte armoedebestrijding is bij ons vooral een zaak van een efficiëntere inzet van middelen. De hervorming van de kinderbijslag toonde aan hoe politiek gevoelig dat ligt.

‘De “jobs, jobs, jobs”-strategie om armoede te doen verminderen heeft gefaald’

MICHEL DEBRUYNE

Decenniumdoelen

Drie manieren om de armoede klein te krijgen

1. Verhoog de uitkeringen

Ruim een half miljoen Belgen krijgen een leefloon, een tegemoetkoming voor hun handicap of een andere bijstands­uitkering. Trekken we de laagte uitkeringen op tot de armoedegrens, dan zetten we al een belangrijke stap in het terugdringen van de armoedecijfers. Maar de meest logische maatregel is ook de duurste. Het Plan­bureau berekende enkele jaren geleden in opdracht van voormalig staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA) dat het optrekken van het leefloon en van de laagste tegemoetkomingen voor ouderen netto 650 miljoen euro kost.

Volgens specialisten liggen de werkelijke kosten nog veel hoger. Want de werkloosheidsuitkeringen bijvoorbeeld zullen mee moeten stijgen om het verschil met de bijstand voldoende groot te maken. En ook de laagste lonen moeten worden opgetrokken om geen afhankelijkheidsval te creëren. Alternatieve ramingen klimmen dan ook tot 3 en zelfs 6 miljard euro. De belofte om de sociale minima te verhogen is een evergreen in partijprogramma’s en regeerakkoorden die evenveel keer is verbroken.

Ive Marx stelt voor om alvast de inkomensgarantie op te trekken die de circa 108.000 ­65-plussers krijgen met een te laag inkomen. Dat is een meer bescheiden operatie die budgettair haalbaarder is. ‘Die uitkeringen zitten immers dichter bij de armoedegrens.’

2. Straf bijverdienen niet af

Het is niet eenvoudig om een uitkering te combineren met een job, zo toonde het verhaal van Lies Vanpeperstraete in ­deze krant (DS 3 december). Vanpeper­straete is halftijds docente aan de Arteveldehogeschool in Gent en krijgt ook een integratie­tegemoetkoming omdat ze een handicap heeft. Maar elk jaar moet ze verlof zonder wedde nemen om te vermijden dat ze te veel verdient en die tegemoetkoming verliest. ‘Het leven zou voor mij dan onbetaalbaar worden’, zegt ze.

Er lijkt een brede politieke consensus dat dergelijke situaties niet meer kunnen. De uitgelekte startnota van PS-informateur Paul Magnette wilde daarom de mogelijkheid bieden om een arbeidsinkomen proportioneel en degressief te cumuleren met een uitkering. Ook de N-VA wil ‘de rigide scheiding tussen werken en uitkeringen doorbreken’. Open VLD dient een wetsvoorstel in dat ook werkzoekenden voor zes maanden moet toelaten om te flexi-jobben in de horeca of in de detailhandel, zoals bij bakkers.

Marx juicht bijverdien­mogelijkheden toe, maar waarschuwt voor te complexe regelgeving. Een leefloner kan vandaag al gaan werken tot een bepaald bedrag zonder dat zijn leefloon daalt. ‘Maar de regels zijn zo complex dat het amper wordt toegepast. Ook OCMW-medewerkers zien door de bomen het bos niet meer.’

3. Verander de definitie van armoede

De derde optie lijkt de meest cynische. De armoedegrens wordt vastgelegd op 60 procent van het middelste inkomen als je alle Belgen op een rij zet van arm naar rijk. Voor een alleenstaande lag de Belgische armoededrempel in 2018 op 1.187 euro per maand, voor een gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen op 2.493 euro per maand.

Die Europese manier van rekenen zegt volgens critici vooral iets over de ongelijkheid in een land, maar niets over de feitelijke ­levensstandaard onder aan de inkomensladder. Als iedereen bijvoorbeeld eenzelfde inkomensstijging geniet, dan blijft de armoede volgens deze manier van berekenen even groot. De uniforme Europese definitie heeft ook als gevolg dat de ­armoedecijfers in Hongarije en Polen lager liggen dan die in België.

Daarom wil alvast de Vlaamse regering de logica omdraaien en becijferen welk budget ­nodig is om een goed bestaan te garanderen. De vraag is of zo’n werkwijze haalbaar is en of die een radicaal ander armoedecijfer zal tonen. ‘De academische pogingen daartoe resulteren in een budget dat opvallend genoeg dicht bij 60 procent van het mediane inkomen uitkomt’, zei armoede-expert Wim Van Lancker onlangs nog aan De Standaard.

Ive Marx beaamt dat: ‘Het is een aantrekkelijke gedachte voor politici dat ze armoede kunnen “wegdefiniëren”, maar dat zal niet lukken op een geloofwaardige manier. Tenzij het al volstaat dat mensen niet van de honger en de kou omkomen natuurlijk.’

Bron: De Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.